Ga naar de inhoud
De Sutter Digital Care

Zorgnormcalculator: hoeveel zorgpersoneel vraagt jouw bewonersmix?

Vul per zorgprofiel het aantal bewoners in en zie meteen de vereiste FTE per functie, en hoeveel maximaal gefinancierd wordt.

Voor directie, hoofdverpleegkundigen en HR van woonzorgcentra die willen weten of hun bezetting de norm haalt. Versie 1.2, 25 september 2026.

Probeer het hier · werkt in je browser

Aantal bewoners per zorgprofiel

Enkel aantallen, geen namen of zorggegevens. Niets van wat je hier invult wordt bewaard, tenzij je hieronder de pdf aanvraagt.

Vereiste bezetting voor 0 bewoners

FunctieNorm (FTE)Maximaal gefinancierd
Verpleegkundigen0,00,0
Zorgkundigen0,00,0
Reactiveringspersoneel0,00,0

Maximaal gefinancierd is de norm plus 15,75%: het plafond voor personeel boven de norm (art. 487 §2). Dat plafond geldt op de loonkost; in FTE is het een benadering.

Dit resultaat als pdf

Met je berekening, de uitleg en de coëfficiënten per profiel. Handig om naast je personeelsplanning te leggen.

Vul eerst minstens één bewoner in.

Kort antwoord

Hoeveel zorgpersoneel vraagt de norm per 30 bewoners?

Voor 30 bewoners in zorgprofiel B vraagt de Vlaamse norm 5 VTE verpleegkundigen, 5,2 VTE zorgkundigen en 1,1 VTE reactiveringspersoneel. Elk profiel heeft een eigen rij in de tabel hieronder. Voor je hele huis tel je per functie op: het aantal bewoners van een profiel, gedeeld door 30, maal de waarde van dat profiel.

De normen per 30 bewoners, in VTE

Vereiste VTE per 30 bewoners, per zorgprofiel en per functie
ProfielVerpleegkundigenZorgkundigenReactiveringspersoneel
O0,2500
A1,21,050
B55,21,1
C56,21,6
Cd56,71,6
D1,25,22,6

Bron: besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 (Vlaamse sociale bescherming), artikel 430 §1, zoals gewijzigd op 16 juli 2021. Dezelfde waarden gelden als erkenningsminimum in het besluit van 28 juni 2019, bijlage 11, artikel 45 §2. De hoofdverpleegkundige telt mee bij de verpleegkundigen. Reactivering bevat de 0,1 VTE met een bekwaming in palliatieve zorg.

Een voorbeeld met 30 bewoners

Stel: 2 in O, 4 in A, 8 in B, 6 in C, 8 in Cd, 2 in D.

  • Verpleegkundigen: 3,9 VTE

    (2 × 0,25 + 4 × 1,2 + 8 × 5 + 6 × 5 + 8 × 5 + 2 × 1,2) ÷ 30

  • Zorgkundigen: 4,9 VTE

    (2 × 0 + 4 × 1,05 + 8 × 5,2 + 6 × 6,2 + 8 × 6,7 + 2 × 5,2) ÷ 30

  • Reactiveringspersoneel: 1,2 VTE

    (2 × 0 + 4 × 0 + 8 × 1,1 + 6 × 1,6 + 8 × 1,6 + 2 × 2,6) ÷ 30

Personeel boven de norm wordt gefinancierd tot hoogstens 15,75% van de loonkost van het gefinancierde personeel (artikel 487 §2, deel A2). In VTE komt dat voor dit voorbeeld neer op ongeveer 4,5 verpleegkundigen, 5,7 zorgkundigen, 1,4 reactiveringspersoneel. Dat is een benadering, want het plafond geldt op de loonkost en niet op het aantal VTE.

Waarom

Hoeveel verpleegkundigen, zorgkundigen en reactiveringspersoneel een woonzorgcentrum nodig heeft, hangt af van de zorgzwaarte van de bewoners. In 2026 bepaalt de Katz-categorie nog de financiering, ook al wordt de zorgplanning intussen met BelRAI gemaakt.

Elke keer dat de bewonersmix verschuift, verschuift ook de norm. Wie dat niet opvolgt, zit te krap zonder het te weten, of laat financiering liggen. Deze rekentool rekent de vereiste FTE uit voor een mix die je zelf invult.

Hoe de berekening werkt

Per zorgprofiel (O, A, B, C, Cd en D) geldt een aantal FTE per 30 bewoners, per functie.

De vereiste FTE is de som over de profielen: het aantal bewoners gedeeld door 30, maal de coëfficiënt van dat profiel.

Maximaal gefinancierd is de norm plus 15,75%: het plafond voor personeel boven de norm (art. 487 §2 van hetzelfde besluit). Het plafond geldt op de loonkost, niet op het aantal FTE.

Wie meetelt in je werkelijke FTE

Niet alleen het personeel in loondienst. Het Departement Zorg bevestigde op 14 september 2026 dat flexi-jobmedewerkers meetellen voor de erkenningsnormen, net zoals interim-medewerkers en zelfstandigen, als die tewerkstelling aan de gestelde voorwaarden voldoet.

Voor flexi-jobmedewerkers geldt wel een andere rekenwijze: hun periode van tewerkstelling wordt vastgesteld volgens hun gemiddelde inzet in de referentieperiode, en niet zoals bij een vast contract. Eén drukke week maakt dus geen halve VTE.

Ze moeten wel altijd op de personeelslijst en op het uurrooster staan. Staan ze daar niet, dan tellen ze niet mee en heb je bij een inspectie een probleem in plaats van een oplossing.

Wat je met het resultaat doet

Zet de vereiste FTE naast je werkelijke FTE per functie: de lopende contracten, plus de flexi's, interims en zelfstandigen die aan de voorwaarden voldoen.

Reken opnieuw als de bewonersmix verschuift, bijvoorbeeld na enkele opnames met een zwaarder profiel.

Bewaar de berekening per kwartaal, zodat je het verloop ziet.

Zo doet ZorgFlow dat

In ZorgFlow vul je de bewonersmix per afdeling in, zonder namen of zorggegevens van bewoners. De vereiste FTE per functie rekent zich meteen opnieuw uit, per afdeling en voor het hele huis.

Omdat de medewerkers en hun contracten al in ZorgFlow staan, hoef je de werkelijke bezetting niet over te tikken.

Bronnen

De coëfficiënten zijn de Vlaamse financieringsnormen per 30 bewoners uit artikel 430 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 over de Vlaamse sociale bescherming, zoals gewijzigd op 16 juli 2021. De hoofdverpleegkundige telt daarin mee bij de verpleegkundigen. Toets het resultaat aan je eigen forfaitberekening. Wat hierboven staat over flexi-jobmedewerkers, interim en zelfstandigen komt uit een schriftelijk antwoord van het Departement Zorg, Afdeling Woonzorg, van 14 september 2026. Of die uren ook meetellen voor de financiering, is op dat moment nog niet beslist.