De vormingskalender van een woonzorgcentrum
Welke vormingen en attesten in een woonzorgcentrum verplicht zijn, per functie, hoe vaak, en welk bewijs je bijhoudt.
Voor directie, HR- en vormingsverantwoordelijken, hoofdverpleegkundigen en preventieadviseurs van woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in Vlaanderen. Versie 1.0, 22 september 2026.
Probeer het hier · werkt in je browser
Jouw vormingsjaar in één wiel
Duid aan welke functies er in je team zijn. Het wiel vult zich met wat de regels voor hen vragen. Klik op een vorming voor de regel, het bewijs en de valkuil.
- Vast moment uit de gids
- Voorstel: de gids geeft een ritme, geen maand
- Ring: uren die je over een periode optelt
- Midden: eenmalig, of bij een start of verandering
- Streepjes: de kwartalen. Uit de gids: kijk elk kwartaal of het plan nog klopt.
5 verplichtingen: 1 in een maand, 1 om uren op te tellen, 3 eenmalig of bij een verandering.
5 verplichtingen voor jouw team
Per maand
Voor deze vormingen geeft de gids een ritme, geen maand. Het wiel spreidt ze als voorstel over het jaar.
Uren optellen
Eenmalig of bij een verandering
Uit de gids: Plan de terugkerende vormingen vast in: de brandopfrissing, de bijscholing van de hulpverleners, de BelRAI-bijscholingen. Leg ze ook op momenten waarop de nacht- en weekendploeg kan deelnemen.
De pdf zet alles op een rij, met het bewijs per vorming en wat je bij een inspectie wil kunnen tonen.
De volledige gids als pdfWaarom
De vormingsverplichtingen in een woonzorgcentrum komen uit minstens vier hoeken. Ze staan in de Vlaamse erkenningsnormen, de brandveiligheidsnormen, de federale codex over het welzijn op het werk en de regels van de zorgberoepen zelf. Elke regel heeft een eigen ritme: per kalenderjaar, per twee of vier jaar, of enkel bij de indiensttreding.
In de praktijk staat dat verspreid over aanwezigheidslijsten, mappen met attesten en het geheugen van één vormingsverantwoordelijke. Dan valt pas bij een inspectie op dat de nachtploeg de brandvorming miste, of dat een indicatiesteller zijn bijscholing liet verlopen. Deze gids zet de verplichtingen op een rij, per functie, met het bewijs dat je bijhoudt en waar het meestal misloopt.
Een voorproef
Wat voor het hele team geldt
1. Bijscholing volgens de erkenningsnormen: 20, 18 of 8 uur
Voltijds verpleegkundig en zorgkundig personeel, personeel voor reactivering en begeleiders wonen en leven volgen minstens 20 uur bijscholing per twee kalenderjaren. De directeur volgt minstens 18 uur per jaar, het onderhouds- en keukenpersoneel minstens 8 uur per twee kalenderjaren. Wie deeltijds werkt of later in dienst komt, volgt evenredig minder (Woonzorgbesluit, bijlage 11, artikel 25 en 49).
Wat je bijhoudt: Per persoon: de gevolgde vormingen met datum, onderwerp, duur en attest of aanwezigheidslijst, opgeteld per periode van twee kalenderjaren. Daarnaast het vormings-, trainings- en opleidingsbeleid dat in het kwaliteitshandboek hoort.
Waar het misloopt: Alleen per kalenderjaar tellen, waardoor niemand ziet dat iemand na twee jaar op 12 uur staat. Of het minimum voor deeltijdsen en nieuwe medewerkers niet evenredig herrekenen.
2. Brandpreventie: bij indienstneming en jaarlijks
Elk personeelslid krijgt een vorming over brandpreventie bij de indienstneming, en jaarlijks een opfrissing. Die gaat minstens over melden, waarschuwen en alarm geven, een eerste bluspoging, evacuatie met begeleiding van minder mobiele personen, brandwerende deuren sluiten en de veiligheidssignalisatie. Daarnaast zijn er op geregelde tijdstippen evacuatieoefeningen en instructiefiches voor het personeel. De preventieadviseur rapporteert daar jaarlijks over (besluit van 26 april 2024, bijlage 1, punt 8.6).
Wat je bijhoudt: Per sessie de datum, de inhoud en een aanwezigheidslijst, en per oefening een kort verslag. Per persoon de datum van de laatste opfrissing.
Waar het misloopt: De nacht- en weekendploeg, deeltijdsen en studenten missen de jaarlijkse sessie. Een nieuwe medewerker wacht maanden op de volgende groepssessie, terwijl de vorming bij de indienstneming hoort.
3. Welzijn op het werk: bij de start en bij elke verandering
Elke werknemer krijgt een voldoende en aangepaste vorming over welzijn op het werk, gericht op zijn werkpost of functie. Dat gebeurt bij de indienstneming, bij een overplaatsing of functiewijziging, bij een nieuw of gewijzigd arbeidsmiddel en bij een nieuwe technologie. De vorming valt tijdens de werktijd en is gratis voor de werknemer (codex welzijn op het werk, artikel I.2-18 en I.2-21).
Wat je bijhoudt: Het vormingsprogramma dat de werkgever opstelt bij het globaal preventieplan, en per persoon wanneer en waarover die vorming kreeg.
Waar het misloopt: Er komt een nieuwe tillift of een nieuw bed op de afdeling, en niemand plant een instructie.
En nog 1 punt in de volledige gids.
Gratis
Ontvang de volledige gids
Je krijgt meteen een mail met een link naar de pdf. Die link werkt dertig dagen.
Gratis hulp
Gratis hulp van de overheid en partners
Wat al bestaat, hoef je niet zelf te maken: sjablonen, overzichten en informatie van de overheid, de sector en andere partners.
- FOD Werk: lijst van instellingen voor vorming en bijscholing van hulpverleners Waar je hulpverleners laat opleiden, zodat hun attest meetelt.(opent in een nieuw tabblad)
- Departement Zorg: BelRAI-opleidingen De erkende opleidingsinstanties voor BelRAI-trainers en indicatiestellers.(opent in een nieuw tabblad)
- Expertisecentrum Dementie Vlaanderen: opleiding referentiepersoon dementie Informatie over de erkende opleiding die leidt tot het certificaat referentiepersoon dementie.(opent in een nieuw tabblad)
- Vivo: geld voor vorming en opleiding Opleidingsaanbod en financiële ondersteuning voor vorming in de Vlaamse social profit, met een filter per sector.(opent in een nieuw tabblad)
Lees ook
- GidsProcedures in een WZC, en tonen dat ze gekend zijnWelke procedures de erkenningsnormen van een woonzorgcentrum vragen, wat er minstens in moet, hoe vaak je ze herziet en hoe je aantoont dat medewerkers ze kennen.
- GidsVrijheidsbeperkende maatregelen in een woonzorgcentrum: beleid, registratie en afbouwWat telt als vrijheidsbeperkende maatregel, wat de erkenningsnormen en Zorginspectie vragen, en hoe je beslist, registreert, evalueert en afbouwt.
- GidsPrivacy op de werkvloer van een woonzorgcentrum: WhatsApp, foto's en papieren lijstenWaar privacy in een woonzorgcentrum in de praktijk misloopt, wat de AVG en de Gegevensbeschermingsautoriteit vragen, en vijf afspraken die je deze maand kan maken.
Of bekijk de zorgcijfers van je eigen gemeente: ouderen, woonzorgcentra en andere voorzieningen, uit open data.
Zo doet ZorgFlow dat
Per vorming leg je vast of ze verplicht is, voor welke functies en hoe lang ze geldig blijft. ZorgFlow rekent de vervaldatum uit en toont per medewerker of het in orde is, binnenkort verloopt, verlopen is of nooit gevolgd werd.
Je plant sessies, schrijft in één keer iedereen in die de vorming mist en vinkt de aanwezigheden af. Het uitrekenen van de uren tegenover de erkenningsnorm en een vormingsbudget zitten er niet in.
Bronnen
- Woonzorgbesluit van 28 juni 2019, bijlage 11 woonzorgcentra (Codex)
- Uitvoeringsbesluit Vlaamse sociale bescherming van 30 november 2018, artikel 491 tot 502 (Codex)
- Besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2024, brandveiligheidsnormen woonzorgvoorzieningen (Codex)
- Codex welzijn op het werk, boek I, titel 2 (FOD Werk)
- FOD Werk: eerste hulp
- Codex welzijn op het werk, boek I, titel 5, eerste hulp (FOD Werk)
- FOD Werk: manueel hanteren van lasten
- Koninklijk besluit van 12 januari 2006, activiteiten van zorgkundigen (Justel)
- Departement Zorg: erkenning en permanente vorming als verpleegkundige
- Ministerieel besluit van 3 september 2021, opleidingsvereisten BelRAI (Codex)
- Departement Zorg: registratie als zorgkundige
- Europese Commissie via FAVV: leidraad bij verordening 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne
- Domus Medica: geen medisch attest meer voor werk met voeding
Deze kalender volgt de regels zoals ze op 22 september 2026 golden. Sommige verplichtingen gelden enkel als je de bijhorende financiering ontvangt. Geen juridisch advies: laat je vormingsplan toetsen door je preventieadviseur en je koepelorganisatie.